optrekken Holandês
4 traduções
| Tradução | Contexto | Áudio |
|---|---|---|
|
comum
🇪🇸 El tren empieza a optrekken.
🇳🇱 De trein begint op te trekken.
🇪🇸 Tienes que optrekken cuando el semáforo cambia a verde.
🇳🇱 Je moet optrekken als het stoplicht op groen springt.
|
uso cotidiano | |
|
comum
🇪🇸 Nos vamos a optrekken a una casa nueva.
🇳🇱 We gaan verhuizen naar een nieuw huis.
🇪🇸 Ellos optrekken el próximo mes.
🇳🇱 Zij verhuizen volgende maand.
|
uso cotidiano | |
|
comum
🇪🇸 Van plan om een huis te optrekken.
🇳🇱 Plan om een huis te bouwen.
🇪🇸 Ze zijn een nieuwe fabriek aan het optrekken.
🇳🇱 Ze zijn een nieuwe fabriek aan het bouwen.
|
técnico | |
|
coloquial
🇪🇸 Laten we optrekken, anders komen we te laat.
🇳🇱 Laten we optrekken, anders komen we te laat.
🇪🇸 Hij trok snel op naar de top van de berg.
🇳🇱 Hij trok snel op naar de top van de berg.
|
coloquial |